Bloody Mary door Romee Hampsink
Bloody Mary
Verveeld staart Jade voor zich uit. Haar oogleden hangen een beetje. Ze staat tegen de tafel met hapjes en drankjes aan en wacht totdat Demian terug komt met haar Breezer. Ze strijkt een plooi uit haar korte, zwarte vampier jurk, afgewerkt met rode plooien. Met haar tong gaat ze langs haar tanden. Ze heeft een gebitje in, dus haar hoektanden zijn enorm. ‘Hier’ hoort ze Demian naast zich zeggen. Ze draait haar hoofd even naar haar vriendje om en grist het flesje uit zijn hand. Meteen neemt ze er een grote slok van. Ze weet zelf ook wel dat ze al te veel gedronken heeft en dat ze morgen de hele dag gedwongen door de hoofdpijn in bed zal moeten blijven liggen, maar ze heeft dit gewoon nodig om het tot middernacht vol te houden. Haar ogen dwalen over Demians kostuum, dat er op zich nog niet zo heel slecht uit ziet. Je moet hem maar vergelijken met Edward uit de Twilight serie. Als stelletje zien ze er zo best leuk uit, allebei als vampier. Jade staart weer voor zich uit. Ze neemt nog een slok van haar Breezer. Vanuit haar ooghoek ziet ze Madison hun kant op lopen. Jade gaat wel vaak met haar om, je zou ook kunnen zeggen dat ze vriendinnen zijn, maar echt geweldig vind ze haar niet. Ze is zo creatief en enthousiast dat ze ervan moet kosten. Nee, zelf is Jade totaal niet zo. Zij is meer het rustige, coole, stijlvolle meisje. Alleen is ze altijd wat te negatief. Ze is nooit ergens enthousiast over en het lijkt alsof ze helemaal geen gevoel heeft. Er wordt gezegd dat ze haar hart weg heeft laten halen. Dit is natuurlijk onmogelijk en totale onzin, maar als je haar kent zou je haast zeggen dat het waar is. ‘Heey!’ roept Madison, terwijl ze zich, op haar enorme knalrode hakken, een weg baant door de dansende mensen op het Halloweenfeest. Als ze bij haar vrienden staat slaat ze meteen haar armen om Jades hals. Even kijkt ze alleen maar naar de knalrode duiveltjeshoorns die uit haar perfect geblondeerde hoofd steken. Uit gewoonte en met een neppe glimlach op haar gezicht slaat ze ook haar armen even om Madison heen. ‘Hebben jullie Jamie gezien?’ vraagt ze. Ze kijkt weer om zich heen, maar kan haar vriendje niet vinden. ‘Die stond net nog bij de bar’ antwoord Demian en strekt zich uit om naar de andere kant van de gymzaal te kunnen kijken. Madison strijkt met haar linkerhand over Jades roodbruine haar, waar zwarte en rode plukken in verwerkt zitten. ‘Wil je dat niet doen?’ snauwt Jade dwingend. Ze haat het als mensen zomaar aan haar zitten, maakt niet uit wie het is. ‘Daar’ zegt Demian en wijst naar links, waar Jamie aan komt lopen, wat erg langzaam gaat. ‘Jongens!’ roept hij en wurmt zich uit de menigte. ‘Hoi’ zegt hij hijgend. ‘Hoi’ zegt Jade, totaal niet onder de indruk van het met bloed overgoten mes dat door zijn hoofd steekt. ‘Is dat nep bloed?’ vraagt Demian en gaat even met zijn vinger over het mes. Jamie knikt. ‘Ik heb er de halve pot op gesmeerd’ antwoord hij lachend. ‘Genoeg gepraat’ zegt Madison. Ze pakt Jamies hand, die haar met dat duiveltjescostuum niet meer alleen durft te laten, en trekt hem mee de dansvloer op. Demian pakt Jade bij haar pols en loopt ook tussen de mensen door. Snel zet ze het lege flesje op de tafel. Met een zucht en een rol van haar ogen loopt ze hem achterna. Hier vindt ze nou echt helemaal niks aan. Zo een beetje opgepropt tussen wat mensen staan te springen. Ze doet wel mee, dat is het niet, maar geweldig vindt ze het ook niet. Ze gaat naast Madison staan en steekt haar handen in de lucht. Het ziet er best wel raar uit dat ze daar staat met een enorm verveeld gezicht, maar Jade heeft andere dingen aan haar hoofd. Er hangt de hele avond al iets spookachtigs om haar heen. Overal hoort ze mensen lopen en dingen bewegen, maar ze ziet niks. Eerst dacht ze dat ze het zich verbeeldde, maar toen ze op weg hiernaartoe een… Het was toch echt een witte schim… Langs een boom zag vliegen wist ze dat het niet haar verbeelding was. Koudbloedig als ze is maakt ze zich er niet druk om. Nog niet, althans. Haar oog valt op de tafel waar ze net nog tegenaan stond. Het lijkt alsof op haar plek de witte schim staat. Het kijkt Jade even recht aan en verdwijnt dan. Verbaasd schudt Jade met haar hoofd. ‘Wat is er?’ vraagt Demian, die tegen haar aan word geduwd door een stel mensen. Jade schud haar hoofd. ‘Niks’ antwoord ze, zelf weet ze ook wel dat er van haar gezicht af te lezen valt dat ze ergens over denkt. Niet dat Demian dat ooit zal zien. ‘Ik heb geen zin meer’ klaagt Madison, wat in haar geval niet zo heel raar is. Automatisch kijkt Jade nog een paar keer naar de tafel, maar ze ziet niks meer. ‘Wat wil je doen dan?’ hoort ze Jamie schreeuwen, waarna ze weer zijn kant op kijkt. Madison haalt haar schouders op. ‘Kom gewoon mee naar mijn huis’ stelt ze voor. Jade ziet de jongens knikken en dan naar haar kijken. ‘Ja, kom maar mee’ zegt ze, zonder te veel enthousiasme te laten merken. Zonder de rest nog aan te kijken, draait ze zich om. Met haar ellebogen iedereen die haar in de weg staat wegduwend, baant ze zich een weg naar de uitgang van de gymzaal. Als ze langs de tafel loopt, grist ze er een hand met rode M&M’s uit en stopt ze in haar mond. Ze krijgt er een raar gevoel bij, dat ze niet helemaal kan plaatsen. Druk kauwend loopt ze de gymzaal uit. Eenmaal buiten haalt ze een keer diep adem. Ze draait zich om, waar Madison al achter haar staat. Ze heeft haar knalblauwe, wollen jas in haar hand en is in de zakken aan het zoeken naar haar sleutels. Jade voelt over haar schouders, die alleen bedekt worden door een dun stofje. Met hun jassen al aan komen Demian en Jamie naar buiten. ‘Heb je het niet koud?’ vraagt Demian als hij Jade ziet en gaat naast haar staan. Jade schud haar hoofd. ‘Niet echt’ zegt ze. Demian knikt even kort. In de maanden dat hij met haar heeft, heeft hij wel geleerd dat hij haar niet tegen moet spreken. Jamie stopt zijn handen in zijn zakken en gaat naast Madison staan. ‘Sleutels kwijt?’ vraagt hij, terwijl hij zijn hoofd over haar schouder heen buigt. Met een zwaai van haar arm haalt Madison haar fietssleutel tevoorschijn. ‘Nu niet meer’ zegt ze met een glimlach. Met haar heupen zwaaiend loopt ze naar haar fiets. 'Ik hoop wel dat ze die jas nog aandoet’ zegt Jamie zacht, met een ietwat bezorgde blik. Zonder op hem te reageren loopt Jade naar haar fiets. Ze trekt hem uit het rek en loopt ermee naar Madison, die ondertussen haar jas al aangedaan heeft. ‘Kom nou!’ roept ze naar de jongens, die wat langzaam hun kant op lopen. ‘Ja’ mompelt Demian en met een iets sneller tempo, gevolgd door Jamie, loopt hij naar de meiden. Madison stapt op haar fiets en fietst het schoolterrein af. Jade stapt ook op haar fiets. Ze wiebelt een beetje en kan niet echt in een rechte lijn fietsen. Nu merkt ze pas dat ze te veel gedronken heeft. Zo goed als mogelijk is, fietst ze achter Madison aan.
Madison duwt de sleutel in de voordeur en draait hem een paar keer om. Jade staat verveeld toe te kijken. Als ze achterom kijkt, ziet ze de witte schim tegen de heg aanstaan. Het valt haar op dat het een soort jurk aanheeft, wat haar nog meer in verwarring brengt. Snel kijkt ze weer voor zich uit. Ze fronst. Madison zwaait de deur open. ‘En we zijn binnen’ zegt ze met een glimlach. Net iets te snel loopt Jade naar binnen. Ze voelt zich toch niet lekker bij het idee dat er iets achter haar aan zit. Ze opent de deur en drukt meteen op het lichtknopje. Het licht gaat ook wel aan, maar in plaats van dat het aan blijft, valt het meteen weer uit. Een koude rilling loopt over haar rug. ‘Beetje doorlopen’ zegt Jamie achter haar. Jade kijkt met een diepe frons achterom. Ze moet een beetje omlaag kijken, wat haar steeds meer gaat irriteren. Ze vindt hem een vervelend, lelijk, onderkruipsel. Zo sportief en perfect. Hem heeft ze ook nooit gemogen. Echt het perfecte vriendje voor Madison, dan kunnen ze samen perfect zijn. Ze loopt door de doorpost en blijft daar met haar armen over elkaar geslagen staan. ‘Wacht even’ roept Madison vanuit de gang. Het klinkt ietwat hol, alsof ze in de kelder staat. Jade staart voor zich uit, nadenkend over de witte schim die ze al de hele avond al ziet. Ze doet haar ogen even dicht. Als ze ze weer opent, kijkt de witte schim haar echt aan. Van schrik gaat ze wat rechterop staan. Ieder ander had het uitgegild, maar dat heeft ze nog nooit gedaan. Nog steeds denkt ze dat het haar verbeelding is. Verward kijkt ze om zich heen. Steeds weer ziet ze de helderblauwe ogen en de spierwitte huid voor zich. ‘Zoek je wat?’ vraagt Demian naast haar. Jade schud haar hoofd, wetend dat hij dat niet duidelijk kan zien door het donker. Vanuit de gang komt Madison aanlopen. Ze heeft een brandende, donkerrode geurkaars in haar hand, waardoor ze verlicht wordt en een hele zak in haar andere. Meteen ruikt Jade een zoete geur. Ze walgt ervan. Madison loopt naar de donkerhouten tafel en zet de kaars neer. Ze zakt op haar knieën en begint er nog een paar aan te steken. ‘Wat is er met het licht?’ vraagt Demian, omhoog kijkend naar de lampen. Nog steeds met haar armen over elkaar geslagen loopt Jade naar de bank die het dichts bij haar staat en laat zich op het zwarte leer zakken. Madison haalt haar schouders op. ‘Geen idee’ zegt ze. ‘Waar zit de stoppenkast dan?’ vraagt Demian. Met zijn handen in zijn zakken staat hij in de deuropening. Weer haalt Madison haar schouders op. ‘Geen idee’ zegt ze weer. ‘Oke, wacht even’ Demian haalt zijn handen uit zijn zakken en loopt naar haar toe. ‘Jij weet niet waar de stoppenkast in je eigen huis is?’ Madison draait haar hoofd naar hem om en kijkt omhoog. ‘Nee’ zegt ze duidelijk en gaat weer verder met kaarsen aansteken. Demian zucht en gaat op de andere bank zitten, waar Jamie al snel naast hem komt zitten. Als er vijf kaarsen branden staat Madison op en springt zo half naast Jade op de bank. ‘We hadden beter op de feest kunnen blijven’ merkt Jade op. Ze gaat met een hand door haar haar en kijkt wat verveeld om zich heen. ‘Wil je weer terug dan?’ vraagt Madison, met een iets te vriendelijk gezicht. Jade negeert haar. Hier heeft dus ze echt geen zin in. Madison glimlacht voldaan, waardoor Jade een nog grotere frons boven haar ogen krijgt. Arrogant, zelfingenomen kreng dat ze is. Jade kijkt in de vlammen. ‘Bloody mary’ zegt Madison op een spookachtig toontje, waarna ze hard begint te lachen. Langzaam draait Jade haar hoofd naar haar om. Ze trekt één wenkbrauw op en kijkt dan weer voor zich uit. ‘Kom op, doe gewoon mee’ zegt Madison en stoot Jade aan. Jade zucht. ‘Bloody mary’ zegt met een verveeld gezicht. ‘Met wat meer overtuiging’ Madison kijkt even naar de jongens. ‘Jullie ook’ zegt ze. ‘Hier doe ik dus echt niet aan mee’ zegt Demian. Voor een deel omdat hij eigenlijk toch wel wat angst voelt. Madison kijkt achterom op de klok. ‘Doe gewoon, het is bijna twaalf uur’ zegt ze. Jamie glimlacht. ‘Bloody mary’ zegt hij, terwijl hij met zijn handen boven zijn hoofd zwaait. Jade’s blik kruist die van Demian. Ze zucht. ‘Bloody Mary’ zegt ze in koor met Madison en Demian. Ergens vind ze dit toch ook wel gaaf. ‘Bloody mary, Bloody mary, Bloody mary’ zeggen ze met z’n vieren. Allemaal kijken ze om zich heen. Even lijkt er niks te gebeuren, totdat de kaarsen opeens uitgaan. Jade hoort een gil naast zich. ‘Man, doe toch i…’ Met grote ogen kijkt ze naar de vrouw die voor haar staat. Ze licht op in het donker. Haar witte bruidsjurk is overgoten met bloed en ook haar haar en gezicht zitten helemaal onder. Jade herkent haar meteen, de witte schim die haar de hele avond al volgt. Haar zwarte haar wordt door een guur briesje naar achter gewaaid. Een koude rilling gaat over Jade’s rug. Ze kan niet meer nadenken en ze blijft maar naar de vrouw kijken. Haar witte huid lijkt wel van sneeuw en haar blauwe ogen spuwen vuur. Een enkele seconde is ze weg en is het weer donker in de kamer. Jade wil net haar adem vrij laten, als de vrouw weer voor haar staat. Een luid, hoog gegil komt langs haar heen. Vanaf daar ziet ze alleen maar zwart.
De volgende de dag worden ze alle vier dood, met krassen in hun nek gevonden in de kamer. Natuurlijk is dit maar een verhaal, maar pas op met wat je doet.