Moeder nummer nul

Marjolijn Hof
Geboren: 1956 in Amsterdam
Jonge Jurytitel: Moeder nummer nul (Querido, 2008)

Marjolijn Hof werd in Amsterdam geboren. Daarna verhuisde ze meteen naar Den Haag. Als kind schreef ze vaak verhaaltjes en gedichten. Het liefst wilde Marjolijn schrijfster worden, maar ze werd bibliothecaresse. Naast haar werk probeerde ze tijd over te houden om te schrijven. In 1999, na bijna twintig jaar werken in de bibliotheek, werd ze fulltime schrijfster. Marjolijn woont samen met haar man en haar dochter in Krommenie. De hoofdpersoon van Moeder nummer nul is de geadopteerde Fejzo. Als hij een keer op school een stamboom moet maken, is er maar één vakje voor de moeder, terwijl hij er toch echt twee heeft: een biologische en een adoptiemoeder. Fejzo mag er van de juf een vakje bijtekenen: het eerste vakje, waar zijn biologische moeder thuishoort, noemt hij het vakje van moeder nummer nul. Daarmee laat hij zien dat zijn adoptiemoeder – moeder nummer één – net iets belangrijker is dan zijn biologische moeder. Eigenlijk heeft Fejzo niet zoveel belangstelling voor zijn ‘echte’ moeder. Dat verandert als hij Maud leert kennen. Zij is heel nieuwsgierig en wil van alles weten. Mauds nieuwsgierigheid werkt aanstekelijk: Fejzo begint zichzelf ook allerlei vragen te stellen. Er is maar één manier om die vragen te beantwoorden: door op zoek te gaan naar moeder nummer nul.

Fragment: “Beneden waren mijn vader en moeder de afwas aan het doen, al was het eigenlijk mijn beurt.
‘We moeten eens rustig praten,’ zei mijn vader.
‘Met z’n drieën,’ zei mijn moeder.
Ze vroegen of ik moeder nummer nul echt wilde zoeken. En ik zei ja. Ze vroegen of ik het zeker wist en ik zei ja.
‘Het is niet zo simpel,’ zei mijn vader. ‘We weten niet waar je biologische moeder is.’
‘Moeder nummer nul,’ zei mijn moeder. ‘Zo noemt Fé haar. Moeder nummer nul.’”

Citaat: ”Ik eet liever geen dieren die levend gekookt worden (mosselen en kreeft). Ik eet trouwens ook bijna geen andere dieren.”

Weetje: Marjolijn schreef haar eerste tekst in de laatste klas van de lagere school. Het was een toneelstuk dat Pas op Sinterklaas heette.