Manhatan
Rob Ruggenberg
![]()
Geboren: 14 juli 1946 in Wassenaar
Jonge Jurytitel: Manhatan (Querido, 2009)
Rob Ruggenberg had veel gereisd voor hij in 1969 zijn journalistieke loopbaan begon bij het Dordts Dagblad in Dordrecht. Hij heeft voor meer kranten gewerkt en in die tijd heeft hij verschillende functies gehad. Hij was verslaggever, werd eindredacteur, toen chef van de eindredactie, en daarna reportage-redacteur (de droom van elke journalist). In die functie reisde hij weer de hele wereld rond. Tegenwoordig schrijft hij het liefst historische avonturenromans voor de jeugd. De ervaringen die hij bij zijn reizen opdeed komen daarbij goed van pas. Ook Manhatan is zo'n historische avonturenroman. Het is oktober 1642. Peye wordt door zijn alleenstaande moeder, een prostituee, verwaarloosd en heeft nooit geweten wie zijn vader is. Op een nacht wordt hij aangesproken door een vreemdeling. Hij beweert dat de vader van Peye is niemand minder is dan Willem Kieft, de gouverneur van de Nederlandse kolonie Nieuw-Amsterdam. Als Peye kort daarna als scheepsjongen mee kan varen naar Amerika, grijpt hij die kans met beide handen aan. Helaas loopt het niet zoals gepland: het schip vergaat en Peye spoelt aan op een eiland voor de Amerikaanse kust. Daar wordt hij verzorgd door een indiaans meisje, Waupatukway, die op de vlucht is. Voor wie en waarom, wil ze niet zeggen. Dan voegt de weggelopen slavenjongen Manuel zich bij de twee. Ook hij draagt een geheim met zich mee waarover hij weigert te praten. Zodra de drie terecht komen in Nieuw-Amsterdam, beginnen de problemen pas echt. Willem Kieft is daar de baas en hij blijkt erg wreed te zijn. Hij wil alle indianen uitroeien en veroordeelt Waupatukway dus ter dood. Kunnen Peye en Manuel haar nog redden?
Fragment: “In hoog tempo dweilde Peye door de gang heen. Hij keek een paar keer om of ze hem vanuit het wachtlokaal in de gaten hielden. Toen hij er zeker van was dat niemand keek liep hij snel naar het einde van de gang.
Waupatukway zat op de grond, naast het bankje, nog onder de modder. Ze zag er slecht uit. Haar gezicht was flink geschaafd, en over haar voorhoofd liep een streep gestold bloed.
‘Hallo!’ fluisterde Peye.
Waupatukway stond op en liep naar de tralies.
‘E-e! Peye.’
‘Ken je me nog?’
Waupatukway knikte. ‘Ze gaan me doodmaken,’ zei ze.
‘Ja, ik moet een plan bedenken.’
‘Wat?’
‘Een plan. Om je hieruit te krijgen.’
Waupatukway fronste haar wenkbrauwen. ‘Ik hoef geen plan. Doe de ijzeren deur open, dan kan ik weg.’
‘Dat kan ik niet. Dat mag ik niet.’
‘Wíl je me niet helpen?’
‘Ja, natuurlijk wil ik dat. Maar ik weet nog niet hoe.’
Waupatukway probeerde langs hem heen de gang in te kijken. ‘E-e. Doe de deur open.’
‘Maar ik heb geen sleutel en er zijn overal soldaten en…’
Hij hoorde voetstappen achter zich. Twee soldaten kwamen de gang in. Geschrokken stapte hij achteruit, tot hij met de rug tegen de muur stond.”
Citaat: “Het liefst schrijf ik een historisch verhaal, omdat ik van geschiedenis hou en omdat geschiedenis niet saai is, zolang je maar over mensen schrijft, in plaats van over jaartallen of gebeurtenissen. En de avonturen die je toen kon beleven waren juist veel spannender dan wat nu nog mogelijk is!”
Weetje: Rob is gek op reizen en bezoekt het liefst de oude slagvelden van de oorlog. Verder is hij gek op opera en is dan ook jarenlang verliefd geweest op een bekende operazangeres.
