Dit is geen dagboek
Download hier de docentenpagina over Dit is geen dagboek.
Download hier de leerlingenpagina over Dit is geen dagboek.
Erna Sassen
Dit is geen dagboek
Leopold, 2009
Niveau: 3 havo/vwo
door Rob van Veen
Samenvatting
‘Ze sprong voor de trein. Mijn moeder. En ik had voornamelijk medelijden met de schoonmakers van de NS die haar onder de locomotief vandaan moesten krabben.’ Aan het woord is de zestienjarige Boudewijn. Enkele jaren na het overlijden van zijn moeder wordt hij ziek. Zwaar depressief en totaal apathisch slijt hij zijn dagen voornamelijk in bed. Zijn vader geeft hem een schrift en een stapel cd’s met klassieke muziek. Hij stelt hem voor de keuze: ‘Je schrijft elke dag een stukje in dit schrift en je luistert dagelijks naar tenminste één van deze cd’s. Zo niet, dan laat ik je opnemen.’ Bou begint met forse tegenzin aan zijn ‘strafwerk’. Een dagboek mag het niet worden, maar uiteindelijk wordt het dat toch en het schrijven blijkt een uitlaatklep voor alle jarenlang opgekropte emoties en frustraties rond en over zijn geesteszieke moeder. Dolores (roepnaam Pluis), Boudewijns kleine zusje van zeven, lijkt de enige persoon met wie hij nog een band heeft. Bij haar voelt hij zich veilig in een wereld vol moslimextremisten en waarin hij opziet tegen het ouder worden. Bij Pluis mag hij zijn, zoals hij is. ’s Nachts sluipt hij de kamer van zijn zusje binnen. Hij legt zijn matras naast haar bed zodat hij haar hand vast kan houden en rustig wordt van haar ademhaling. Twee andere personen die een belangrijke rol spelen in Boudewijns leven zijn z’n oma en tante Marjan. De laatste is degene die na het wegvallen van hun moeder veel met Bou en Pluis optrekt en het huishouden voor een flink deel bestiert. Pauline, die Bou leert kennen op school – hij zit in het vijfde leerjaar van het gymnasium – maakt een verpletterende indruk op hem. Hij voelt zich bij haar op zijn gemak, vooral ook omdat ze geen lastige vragen stelt. Hij durft zich echter niet aan haar te binden en ze schrikt hem af op het moment dat ze over seks begint. Na een behoorlijk kwetsende opmerking van zijn kant komt er een einde aan de omgang met Pauline. Achteraf heeft Bou veel spijt van zijn botte gedrag. Hij bespreekt de situatie met Pluis en die raadt hem aan het goed te maken. Bou schrijft in de kerstvakantie een briefje en wil Pauline dat de eerste schooldag aanbieden. Pauline blijkt echter afwezig. Boudewijn hoort van zijn mentor dat ze voor onderzoek is opgenomen in het ziekenhuis en hij vreest het ergste. Gedachtes aan leukemie spoken door zijn hoofd. Tot zijn ‘opluchting’ heeft Pauline een ernstige vorm van de ziekte van Pfeiffer.
Boudewijn besluit op de vijfenveertigste geboortedag van zijn moeder een advertentie te plaatsen in de plaatselijke krant. Het is een rectificatie waarin hij in duidelijke taal verwoordt wat hem al die tijd bezighield: waarom stapte zijn moeder uit het leven en liet zij zo iedereen in de steek? Boudewijn heeft geen respect voor haar keuze. Hij vindt het een kutstreek.
Ondertussen is er nog altijd geen contact geweest tussen Boudewijn en Pauline. Hij wil haar een kaart sturen, maar stelt het verzenden ervan steeds uit. Tot Pluis hem op een dag post. Niet lang daarna komt Paulines antwoord. In de briefwisseling die volgt, spreken Boudewijn en Pauline alles uit en komt het weer goed. Het verhaal eindigt op 25 april. Boudewijn en zijn vader zijn uiteindelijk nader tot elkaar gekomen. Boudewijn schrijft: ‘Het was eigenlijk niet eens zo’n slecht idee van mijn vader geen dagboek bijhouden. Morgen ga ik een nieuwe kopen.’
Erna Sassen had niet de bedoeling een zelfhulpverhaal te schrijven, maar wilde dat de lezer zichzelf toch vooral herkende in de emoties en angsten van de hoofdpersoon. Ze had dit verhaal feitelijk bedoeld voor volwassenen, maar haar uitgever dacht daar anders over.
Het verhaal bestrijkt enkele maanden uit het leven van de hoofdpersoon Boudewijn (ik-persoon). Het is geschreven in dagboekvorm. Alle hoofdstukken hebben als titel een datum die ligt tussen 7 februari en 25 april. De hoofdstukken eindigen geregeld met verwijzingen naar vooral de muziek van Pergolesi, een Italiaanse componist van religieuze muziek uit de achttiende eeuw wiens vertolking van het Stabat Mater veel bekendheid kreeg. Het is onder meer deze muziek waarnaar Boudewijn in opdracht van zijn vader luistert.
Dit is geen dagboek gaat over meer dan het omgaan met de dood en het worstelen met depressieve gedachten en gevoelens. Het gaat vooral ook over de groei naar volwassenheid. Het verhaal is ontroerend, meeslepend en dicht op de huid geschreven voor jongvolwassenen.
Achtergrondinformatie
Erna Sassen (1961) volgde na het vwo een opleiding aan de Theaterschool in Amsterdam, de Akademie voor Kleinkunst. Ze speelde daarna in musicals en toneelvoorstellingen en maakte vier eigen voorstellingen voor volwassenen. Ook speelde ze in voorstellingen voor kinderen (o.a. in opera's van Frank Groothof).
Bij de KRO-radio presenteerde ze De Zalige Liefdeslijn, en ze speelde in de tv-serie Medisch Centrum West. In 2004 debuteerde ze als schrijfster met het kinderboek De gemeenste opa van Europa.
Sassen op internet: www.ernasassen.nl
Voorleesfragmenten
- Pag. 8 (‘8 februari’), eventueel voor te lezen na vraag 14 – opdracht 1.
- Pag. 21 – 22: ’16 februari’, voor te lezen als inleiding op opdracht 2.
Toelichting bij de opdrachten
- Opdracht 1: de vragen worden individueel (schriftelijk) beantwoord. Voor de vragen 12, 13 en 19 is een computer met internetverbinding noodzakelijk. Desnoods laat u deze vragen maken in de vorm van een huiswerkopdracht. Voor vraag 21 is het leuk keuzes van leerlingen af te spelen/beluisteren in de klas, voorzien van een toelichting van de leerlingen zelf.
- Opdracht 2: de vragen worden individueel gemaakt. Bespreking eventueel in tweetallen of groepen van maximaal vier personen. Houdt u er rekening mee dat de teksten en de vragen op gevoeligheden bij leerlingen kunnen stuiten. Mogelijk heeft één van uw leerlingen in het (recente) verleden een sterfgeval van nabij meegemaakt.
- Opdracht 3: de fictiedossieropdracht wordt in principe individueel uitgevoerd.
Erna Sassen
Dit is geen dagboek
Leopold, 2009
Opdracht 1
1. Wat verwacht je van een verhaal met deze titel (Dit is geen dagboek)?
2. Houd jij een dagboek bij?
3. Is een dagboek meer iets voor meisjes dan voor jongens? Licht je mening toe.
Blader het boek door, zonder de achterkanttekst te lezen.
4. Wat valt je op als je kijkt naar de titels van de hoofdstukken?
5. Welke verbodstekst ontdek je op de allereerste bladzijde?
6. Wat kun je zeggen over de vormgeving van de binnenzijde van het omslag?
7. Wat maak je hieruit op (zie je antwoord op de vorige vraag)?
Lees nu ‘7 februari’ (pag. 5 t/m 7).
We maken de gebeurtenissen mee door de ogen van Boudewijn.
8. Zijn vader heeft Boudewijn een ultimatum gesteld. Welk ultimatum is dat?
9. Wat vindt Boudewijn van het ultimatum?
10. Waaruit blijkt dat? (Zie je antwoord op de vorige vraag.)
11. Kom je in dit fragment aan de weet waarom Boudewijn een ultimatum opgelegd krijgt? Leg uit.
Zoek op internet naar informatie over Stabat Mater en Pergolesi.
12. Wat kom je aan de weet over Stabat Mater? (Drie zinnen.)
13. Wat kun je zeggen over Pergolesi (Drie zinnen.)
14. Hoe reageert Boudewijn op de muziek van Pergolesi?
Lees verder: ‘11 februari’ (pag. 12 en 13).
De moeder van Boudewijn is dus dood. Hij zegt dat hij het niet erg vindt.
15. Blijkt dat uit zijn gedrag? Leg uit.
16. Wat kun je zeggen over de relatie tussen Boudewijn en zijn zusje?
17. Wat vind jij van het gedrag van Boudewijn? Licht je antwoord toe.
18. Wat is de rol van Pergolesi in dit fragment ?
Ga op internet naar www.youtube.com/watch?v=mNt13Vw-K6Q. Beluister het fragment (4.31 minuten).
19. De muziek komt overeen met Boudewijns gemoedstoestand. Kun jij je daar iets bij voorstellen? Leg uit.
20. Wat doet deze muziek met jouw gemoedstoestand?
21. Hoe zit dat met jou? Misschien kies jij ook bewust de muziek uit die past bij je gemoedstoestand? Welke muziek zou jij draaien wanneer je:
a vrolijk bent;
b somber bent;
c liefdesverdriet hebt;
d gespannen bent;
e verdrietig bent.
Opdracht 2
Lees ‘17 februari’ (pag. 23 en 24).
De drie openingszinnen van dit fragment zijn behoorlijk confronterend.
1. In welk opzicht?
2. Hoe reageren Boudewijn, zijn zusje Pluis en hun vader op de dood van hun moeder/vrouw?
3. Kwam de dood van Boudewijns moeder geheel onverwacht? Licht je antwoord toe.
Lees verder: ‘19 februari’, pag. 26 t/m 28.
4. Wat is de functie van de schuin gedrukte tekst op bladzijde 26 en 27?
5. Wat vind jij van deze tekst?
6. Welke herinnering(en) heeft Boudewijn aan de begrafenis van zijn moeder?
7. Hoe beleeft Boudewijn verder het brugklaskamp van school?
8. Heb jij ooit een begrafenis meegemaakt? Wat staat jou daar het meest van bij?
De achterkanttekst van Dit is geen dagboek vermeldt: ‘Bou begint met forse tegenzin aan zijn ‘strafwerk’, maar gaandeweg blijkt het schrijven een uitlaatklep.’
9. Leg in eigen woorden de betekenis van deze zin uit.
10. Spreekt dit verhaal jou aan? Licht je antwoord zo volledig mogelijk toe.
Fictiedossieropdracht
Voor deze opdrachten moet je het hele boek hebben gelezen. Kies één van de volgende opdrachten.
1. Zoek drie gedichten die volgens jou bij het verhaal passen. Beschrijf nauwkeurig waarom ze zo toepasselijk zijn. Verwijs daarbij naar fragmenten uit Dit is geen dagboek.
2. Op 25 april stelt Boudewijn dat hij morgen een nieuw dagboek zal kopen (pag. 133). Verplaats je in de persoon van Boudewijn en schrijf twee bladzijden in zijn nieuwe dagboek.
3. Schrijf een nieuwe achterkanttekst voor het omslag van Dit is geen dagboek. Let op: de tekst moet informatief en tegelijk wervend zijn.
Jonge Jury Tip
Debora Zachariasse – Het fluisterboek (Moon, 2009)
Annemarths beste vriendin Tibby woont in een romantisch kraakpand. Ze mag alles van haar ouders en ze hoeft niets. Annemarth vindt haar helemaal geweldig. Omdat Tibby het erg moeilijk heeft, doet ze alles om haar te helpen. Maar Tibby’s hulpeloze somberheid legt een zware claim op Annemarth. Ze heeft ook nog een eigen leven! En dan wordt ze ook nog verliefd …
Kan ze Tibby wat meer aan haar lot overlaten? Wat moet ze doen, als blijkt dat Tibby niet verder wil leven? Annemarth kan er niet over praten. Haar stem is van ijs. Vanille-ijs. Zelfs haar pen is van lood. Hij kan alleen maar fluisteren. Dingen die iedereen wil weten, maar die niemand wil horen. Dingen die ze opschrijft in haar fluisterboek.
Antwoorden
Opdracht 1
1. Eigen antwoord van de leerling.
2. Idem.
3. Idem. Let op de motivatie.
4. Het zijn steeds data.
5. ‘VERBODEN VOOR ONBEVOEGDEN’
6. De bladzijden zijn volledig bekrast met een blauwe pen.
7. Eigen antwoord van de leerling. (Strekking: de schrijver is behoorlijk in de war, kwaad …)
8. Vanaf nu moet Boudewijn dagelijks een stukje in een schrift schrijven. Over iets wat hij gedaan heeft, gevoeld, of gedacht. Bovendien moet hij elke dag luisteren naar cd’s met klassieke muziek.
9. Hij vindt het maar niets. Een ultimatum is meer iets voor een misdadiger en dat is hij niet.
10. Hij houdt zich er in eerste instantie niet aan en heeft het schrift volgeklad.
11. Boudewijn gaat blijkbaar niet naar school, eet niet, slaapt niet, praat niet, wil helemaal niks.
12. Het is een (gezongen) gedicht uit de Middeleeuwen over het verdriet van Maria, de moeder van Jezus. Ze lijdt, omdat haar Zoon is gekruisigd.
13. Pergolesi was een Italiaanse componist, violist en organist die leefde in de achttiende eeuw. Hij schreef veel kerkmuziek. Het meest bekend werd hij door zijn muzikale uitvoering van de Stabat Mater.
14. De muziek valt hem mee. Hij wordt er rustig van (muziek doet hem denken aan thermale baden in het buitenland).
15. Niet echt. Boudewijn gedraagt zich sindsdien heel vreemd. Hij ligt op bed voor zich uit te staren, gaat niet naar school, eet niet, praat niet, speelt geen gitaar meer.
16. Bij zijn zusje voelt hij zich blijkbaar veilig. Zij lijkt de enige die hij in zijn omgeving duldt.
17. Eigen antwoord van de leerling.
18. Diens muziek (Salva Regina in F min. en in A min.) komt overeen met zijn (sombere) gemoedstoestand.
19. Leg uit. Eigen antwoord van de leerling.
20. Idem. Let op de motivatie.
21. Eigen keuzes van de leerling.
Opdracht 2
1. Het is opmerkelijk dat de ik-persoon zich na de zelfdoding van zijn moeder vooral zorgen maakt over de medewerkers van de Spoorwegen.
2. Boudewijn laat geen emoties blijken. Hij gaat onverstoord door met het kaften van zijn schoolboeken en hij spreekt tot slot uit dat hij medelijden heeft met de schoonmakers van de Nederlandse Spoorwegen.
Pluis onderbreekt haar spel met haar knuffels en zij troost haar vader door zijn hand te pakken.
Vader is volledig lamgeslagen. Moedeloos zit hij op de bank. Even later vertelt hij aan tafel in het bijzijn van zijn kinderen en oma alle details van de zelfdoding van zijn vrouw. Als Boudewijn uitspreekt dat hij medelijden heeft met de schoonmakers geeft hij zijn zoon een keiharde klap in diens gezicht.
3. Nee. Zijn moeder was anderhalf jaar geleden opgenomen in een psychiatrische inrichting (Vogelenzang) waarnaar zijn vader al diverse malen met spoed was opgeroepen.
4. Dit is de tekst die Boudewijn schreef om voor te lezen bij de begrafenis van zijn moeder.
5. Eigen mening van de leerling.
6. Eigenlijk niets, enkel dat zijn oma verschrikkelijk moest huilen.
7. Hij kan er niet van genieten en ligt de rest van de week (met zijn kleren en schoenen aan) op bed.
8. Eigen antwoord van de leerling.
9. Bou ziet niets in het schrijven in het schrift, ervaart het als strafwerk. Uiteindelijk blijkt het schrijven toch een manier om zijn emoties de baas te worden (en de dood van zijn moeder te verwerken).
10. Eigen antwoord van de leerling. Speciale aandacht dient uit te gaan naar de motivatie.
Fictiedossieropdracht
Ter beoordeling van de docent(e).
