Hoe schrijft Maren Stoffels?

donderdag 3 december 2009


Als lid van de Jonge Jury lees je stapels boeken, maar hoe worden die eigenlijk geschreven? We vroegen het aan Maren Stoffels, winnaar van de Prijs van de Jonge Jury 2009.

Hoe oud was je toen je je eerste verhaal schreef en waar ging het over?
Mijn allereerste boekje heette: Het boek van 10.000 gulden en ging over een eskimootje die zijn verdwenen vader zoekt. Ik was toen pas 9 jaar, en schreef het boekje helemaal met de hand. Verder maakte ik er tekeningen bij!

Hoe kwam je er op te gaan schrijven?
Dat eerste boekje kwam doordat de leraar van school vroeg of ik eens een verhaal op wilde schrijven. Ik had er namelijk een hele hoop in mijn hoofd zitten! Dat vond ik zo leuk dat ik dat ben blijven doen. En toen kwam op mijn 14e de droom om schrijver te worden… Daarvoor wilde ik liever cliniclown of brandweervrouw worden, haha!

Weet je voordat je begint aan een nieuw boek al waarover het zal gaan?
Wel een beetje, maar ik ga niet alles uitdenken, hoor! Geen uitgebreide samenvattingen enzo. Wel vaak een personage uittekenen en namen verzinnen, maar liever laat ik me tijdens het schrijven verrassen. Tijdens Dreadlocks & Lippenstift kwam Sofie in een nieuwe klas met Edwin, die was er ineens, zo leuk is dat.

Hoe kies je het onderwerp?
Meestal kies ik onderwerpen waar ik op dat moment mee bezig ben. Backpack gaat bijvoorbeeld over vijf jongeren die veel in de trein zitten. Dat verhaal heb ik ook bedacht in de trein, waar ik veel in zit vanwege de lezingen die ik door het hele land geef. En soms droom ik ergens over en wil ik daarover schrijven.

Hoe bedenk je de hoofdpersonen? Lijken ze op mensen uit je omgeving?
Meestal wel een beetje, maar ze zijn meer fantasie. Maar het komt weleens voor dat iemand naar me toekomt en vraagt: ‘ Heb je mij daarvoor gebruikt?’ En dan schud ik altijd heel schijnheilig mijn hoofd…!

Kom je wel eens vast te zitten? Dat je niet meer weet hoe het verhaal verder moet? Wat doe je dan?
Dat komt wel een enkele keer voor, maar dan ga ik gewoon een tijdje naar buiten of een film kijken en komen de ideeen vanzelf weer terug. Ik heb nog nooit gehad dat ik maanden niks meer weet… (klopt af).

Heb je ‘hulpmiddelen’ nodig bij het schrijven? Een grote pot thee met veel koekjes of harde muziek bijvoorbeeld?
Muziek sowieso. Zielige muziek bij nare stukjes en harde rock bij vrolijke stukken. Werkt heel goed bij mij! Niks zo erg als een stil huis… En ik hou erg van warm drinken bij het schrijven, warme chocomel bijvoorbeeld en koekjes. Hoewel die erg kruimelen op het toetsenbord. Dus dan maar liever fruitella’s.

Hoeveel uur per dag ben je bezig met schrijven?
24 uur. Ik zit niet zoveel achter de computer, maar het nadenken en fantaseren gaat de hele dag door. Zelfs als ik slaap!

Laat je je boek ook aan andere mensen lezen als je er nog mee bezig bent of doe je dat pas als het helemaal af is?
Mijn moeder leest het vaak voor om te kijken of het goed klinkt wat ik gemaakt heb, maar verder hou ik het lekker voor mezelf. De uitgever leest wel mee, hoor. Zeker als ik onzeker ben stuur ik haar vaak de eerste paar hoofdstukken toe.

Voor de Jonge Juryleden die ook schrijven: hoe zorg je ervoor dat jouw boek in de winkels komt te liggen?
Durven! Durf te schrijven en je boeken aan andere mensen te laten lezen. Zij kunnen je tips geven waar je zelf nog niet aan gedacht had. En je moet vooral veel fantasie hebben. En mensen bekijken. Ga eens een middagje op een terrasje zitten en bekijk de mensen die langskomen. Daar haal ik altijd veel verhalen uit! En als je dan helemaal tevreden bent kun je het opsturen naar een echte uitgeverij. Succes!

Wanneer dacht je voor het eerst: nu ben ik een echte schrijver?
Hmm, wat een goede vraag! Ik moet zeggen dat dat pas laat kwam. Ik denk pas toen ik voor het eerst op Tinadag stond, vlak nadat mijn tweede boek uit was. Toen ontmoette ik voor het eerst fans en dat vond ik zo bizar. Ineens besefte ik heel erg dat ik gelezen werd door mensen. Een doodeng, maar tegelijkertijd zo ongelooflijk leuk gevoel!

Vind je schrijven het leukste wat er is?
Ja! Sterker nog, ik kan niks bedenken wat ik liever zou willen doen. De droom dat ik brandweervrouw of cliniclown wilde worden maakt me nu zelfs aan het lachen!